Verschillende kernbehoeften

De leidinggevende stapt erop af, is nieuwsgierig, staat open voor veranderingen, vernieuwing en gaat de discussie niet uit de weg. Allemaal omschrijvingen van iemand die meer risiconemend is.

Tegenover hem zit de medewerkster. Zij heeft een andere invalshoek, risicomijdend. De medewerkster stapte er niet zomaar op af. Die denkt eerst even aan het risico wat ze daarmee loopt. Wat de consequenties kunnen zijn. Zij heeft behoefte aan zekerheid en is gericht op voorkomen. Een vaste baan en voorspelbaarheid van wat er gaat gebeuren.

Daar zitten dan twee mensen tegenover elkaar. Ieder met een eigen behoefte die haaks staat op die van de ander. Een situatie die speelt in elke werksituatie.

Wie heeft er gelijk?

Een deel van de mensen, ook in organisaties, is meer risiconemend, een ander deel is meer vermijdend en nog een deel is beide in gelijke mate. Waar het dikwijls spaak loopt is bij mensen met tegengestelde behoeften. Die begrijpen niet dat een ander zo anders kan reageren.

Vanuit de leidinggevende is het wel dezelfde medewerkster die in vergaderingen terughoudend (risicomijdend) reageert op zijn ideeën en initiatieven. Ja maar, hoort hij.

Een uitspraak die je eerder van meer vermijdende mensen eerder kunt verwachten, dan van mensen die meer benaderend zijn.

Vanuit zijn behoefte ziet en hoort hij reacties bij haar, die hij niet heeft en niet van zichzelf kent. Hij zou niet zo snel op die manier reageren. Niet erg proactief van die medewerkster, kan dan al snel de beoordeling zijn.

De vraag: functioneringsgesprekken, hoe objectief zijn ze, krijgt door deze invalshoek een andere lading. Dan gaat het niet over de leidinggevende en de medewerkster als functionarissen, maar dan gaat het over de mensen achter de functie.  Mensen met behoeften die haaks kunnen staan op die van een ander.

Wat kun je hiermee?

De tegengestelde behoeften hebben een functie. Dat is elkaar aan kunnen vullen. Het risicomijdende van de medewerkster en het risiconemende van de leidinggevende kunnen, als zij dit bij zichzelf herkennen, versterkend gaan werken.  Iemand die mee risiconemend is, kan zich afvragen: welke risico’s loop ik met mijn initiatief? Vraag het aan iemand die meer risicomijdend is, of beter nog, luister naar: ‘ja maar’.

Iemand die meer vermijdend is kan zich afvragen: wat maakt dat initiatief mogelijk. Vraag het aan iemand die meer benaderend is, luister naar de mogelijkheden.

Kernbehoeften en communicatie

Er zit ruis in de omgang van mensen. Ruis in de vorm van ergernissen, terughoudendheid, verontwaardiging, irritatie, onbegrip, afstand. Een deel van die ruis wordt veroorzaakt door de verschillende kernbehoeften en daarmee de verschillende invalshoeken die mensen hebben. Dat is de stelling. De herkenning van de ruis is de onderbouwing.

Drie groepen mensen. Iemand is meer het een, het ander, of beide in gelijke mate. Een beeld kan dit meer inzichtelijk maken. Elke persoon staat voor een deel van alle mensen.

Drie groepen. Drie invalshoeken. Dan kun je aan al die discussies uit het verleden denken. Het gelijk wat iemand claimt. ‘Daar gaat het toch om’, is dan dikwijls de onderbouwing.

De vader of moeder met hun kinderen. Ook zij proberen het beste te geven. Vanuit hun eigen kernbehoeften. Bij de een is dat orde en regels. Bij de ander is het de eigen keuze en als je maar gelukkig bent.

Maar ook het kind heeft eigen kernbehoeften. Behoefte aan duidelijkheid of aan die eigen keuze. Wie kijkt er naar het kind?

Ouders die het beste proberen te geven. Maar waar heeft het kind behoefte aan?

Discussies tussen mensen. In relaties en in vriendschappen. Kernbehoeften die botsen. Niet worden begrepen en daarom beoordeeld en veroordeeld. ‘Er is ook altijd wat’, over iemand die de behoefte heeft om alles te laten kloppen. Als reactie daarop de opmerking ‘die is zo gemakkelijk en stapt overal maar overheen’. Het misverstand. Eén van de vele. Terwijl de persoonlijke kernbehoeften kwaliteiten van mensen zijn.

Misschien in de evolutie wel bedoeld om elkaar aan te vullen. Een manier om te overleven. In dit tijdsgewricht lijkt het een utopie. De vraag: ‘waar heb jij behoefte aan’. Ook deze vraag aan kinderen, om te kijken wat bij hen past, zodat zij niet zoals zo velen in een functie belanden die haaks op hun behoeften staat. Om kinderen te stimuleren en te motiveren. Hun de tegenstellingen leren en hoe daarmee om te gaan. Samen leren werken door elkaar aan te vullen. Aan ouders, maar dan als individuen. Het overzicht en de verschillen in de kernbehoeften ontdekken en dan steeds maar tot één conclusie komen. Ik ben ik, omdat de ander anders is.

De herwaardering

Kijk je vanuit ik naar anderen, dus met het besef dat de ander heel andere invalshoeken kan hebben, dan ontstaat een nieuwe mogelijkheid en daarmee een nieuwe keuze. Bijvoorbeeld de keuze om niet enkel uit te gaan van je eigen behoefte, maar ook de behoefte van de ander te ontdekken door met deze kennis te kijken en te luisteren. Een totaal andere kijk op mensen kan het gevolg zijn en dat is goed voor ‘ik’ en goed voor de ander. Je bereikt elkaar via de herkende kernbehoefte.

Risiconemend versus risicomijdend

Twee behoeften die tegengesteld zijn aan elkaar. Twee behoeften die elkaar kunnen bijten wanneer ze onbekend zijn. Aanvullend, wanneer  kennis hierover gebruikt gaat worden om elkaar aan te vullen in plaats van het gaan voor het eigen gelijk.  Bijkomend voordeel van deze kennis is, dat mensen in hun waarde worden gelaten. Er is namelijk geen goed of slecht. Enkel tegengesteld.

‘Mensen’ zegt de risiconemende leidinggevende, ‘ik heb besloten dat we geen vaste werkplekken meer hebben. Je kan nu aan ieder bureau werken’. Een eveneens risiconemend deel van de werknemers vindt dat leuk. Weer eens contact met een ander bijvoorbeeld. Wat een gedoe, vindt het risicomijdende deel van de werknemers. Iedere keer alles verplaatsen en je weet van tevoren niet waar je terecht kan en met wie je te maken krijgt.

Het benaderende gedrag en de reacties die horen bij risiconemend, zie je dus ook in werksituaties. Net zo vaak als het vermijdende gedrag en de reacties, die horen bij risicomijdend. ‘Ja maar…’ tegenover ‘we gaan er gewoon voor’. Twee communicatiepatronen met voor- en nadelen. Bekendheid met de materie kan er voor zorgen dat ‘ja maar…’ niet enkel gezien wordt als een obstakel, maar ook gezien kan worden als een rem om zeker te weten dat het initiatief goed is. Dat misschien hij of zij wel gelijk heeft.

‘We gaan ervoor’ is even slikken voor iemand die risicomijdend is, maar een geruststellend antwoord of een onderbouwde reactie op het ‘ja maar…’ kan deze persoon over de streep trekken. Je eigen behoeften en de daarbij behorende communicatiepatronen kennen is het halve werk. De andere helft kan je vanzelf spelenderwijs leren, omdat jij die tegengestelde behoefte ook in je hebt, alleen wat ondergesneeuwd. Misschien krijg je deze tegengestelde behoeften wat meer in evenwicht. Het grote voordeel daarvan is dat er niet zo snel meer ogen omhoog gaan of dat er onderdrukt gezucht wordt.

Twee tegengestelde behoeften in de privésituatie

Waar gaan we naar toe met vakantie en op welke manier. Ik, zei de een, zou graag naar dezelfde camping gaan als vorig jaar. We weten de weg, we kennen de camping en de kinderen komen misschien dezelfde vriendjes en vriendinnetjes tegen. Ik, zei de ander, ga liever gewoon op weg en we zien wel wat we tegen komen. Gewoon een beetje avontuur.

Twee mensen met een tegengestelde behoefte en ieder met hun eigen gelijk. Er is namelijk voor beide standpunten iets te zeggen. De mogelijkheid bestaat dat de vakantie een meningsverschil wordt en de sterkste wint meestal.

Bekendheid met de eigen behoefte en die van de ander en de daarbij behorende communicatiepatronen  kan ervoor zorgen dat het meningsverschil opgelost kan worden door een compromis. In plaats van tegenover elkaar, elkaar tegemoet komen. Deze keer een vakantie waar iedereen blij mee is.