Communicatie nieuwe stijl

Er zit ruis in de omgang van mensen. Ruis in de vorm van ergernissen, terughoudendheid, verontwaardiging, irritatie, onbegrip, afstand. Een deel van die ruis wordt veroorzaakt door de verschillende behoeften en daarmee de verschillende invalshoeken die mensen hebben. Dat is de stelling. De herkenning van de ruis is de onderbouwing.

Drie groepen mensen. Iemand is meer het een, het ander, of beide in gelijke mate. Een beeld kan dit meer inzichtelijk maken. Elke persoon staat voor een deel van alle mensen.

Drie groepen. Drie invalshoeken. Dan kun je aan al die discussies uit het verleden denken. Het gelijk wat iemand claimt. ‘Daar gaat het toch om’, is dan dikwijls de onderbouwing.

De vader of moeder met hun kinderen. Ook zij proberen het beste te geven. Vanuit hun eigen behoeften. Bij de een is dat orde en regels. Bij de ander is het de eigen keuze en als je maar gelukkig bent.

Maar ook het kind heeft eigen behoeften. Behoefte aan duidelijkheid of aan die eigen keuze. Wie kijkt er naar het kind?

Ouders die het beste proberen te geven. Maar waar heeft het kind behoefte aan? Discussies tussen mensen. In relaties en in vriendschappen. Behoeften die botsen. Niet worden begrepen en daarom beoordeeld en veroordeeld. ‘Er is ook altijd wat’, over iemand die de behoefte heeft om alles te laten kloppen. Als reactie daarop de opmerking ‘die is zo gemakkelijk en stapt overal maar overheen’. Het misverstand. Eén van de vele. Terwijl de persoonlijke behoeften kwaliteiten van mensen zijn.

Misschien is de evolutie wel bedoeld om elkaar aan te vullen. Een manier om te overleven.  In dit tijdsgewricht lijkt het een utopie. De vraag: ‘waar heb jij behoefte aan’. Ook deze vraag aan kinderen, om te kijken wat bij hen past, zodat zij niet zoals zo velen in een functie belanden die haaks op hun behoeften staat. Om kinderen te stimuleren en te motiveren. Hun de tegenstellingen leren en hoe daarmee om te gaan. Samen leren werken door elkaar aan te vullen. Aan ouders, maar dan als individuen. Het overzicht en de verschillen in behoeften ontdekken en dan steeds maar tot één conclusie komen. Ik ben ik, omdat de ander anders is.

 

Van regels naar normen en waarden

Regels zeggen heel veel. Ze zeggen, dat als je te hard rijd, je een norm overtreedt. Achter die regel zit de gedachte: breng anderen niet in gevaar. Al die geboden, van verkeersregel, niet inrijden, tot kom op tijd. Dat soort regels. Dat zijn de normen en zij vormen onze regels.

Het begrip veiligheid als belangrijkste waarde kun je erin lezen. Veiligheid, één van de belangrijkste behoeften van de mens.

Er is nog een deel van regels. Respectvol. Je gaat niet, daar komt de norm weer, met je voeten bij iemand op de tafel zitten. Je liegt iemand niet voor.

Er komt geen politie, je krijgt geen bon, maar in dit deel van de regels zitten andere straffen. Niet geaccepteerd worden. Afgewezen. Dat is de belangrijkste straf. De vorm waarin kan van alles zijn. Niet meer bellen, negeren, enzovoort. Die regels zijn ook normen. Maar, ze zijn onduidelijker en kunnen voor conflicten zorgen. Dat komt omdat ieder mens bepaalde normen belangrijk vindt  Waar de een veel belang aan hecht, vindt de ander minder  belangrijk. Met de klemtoon op minder belangrijk. Dat is de wereld waar we in leven. Allemaal mensen met eigen normen.

Van norm naar waarde

“Je gaat niet met je schoenen op tafel zitten”, als norm, is één van vele regels. Daarboven staat een hoger niveau. De waarden, waar de normen van zijn afgeleid. Bijvoorbeeld respect. Een ander voorbeeld: de norm is, “je mag niet stelen” en daarboven zit de waarde eerlijkheid. Het is de waarde die veel meer bestrijkt dan die ene norm: “je mag niet….”

Het is de waarde, in dit geval eerlijkheid, die het gevoel oproept, de herinneringen, de fantasieën. Het zijn de waarden die ook de conflicten oproepen. Tussen twee mensen. Tussen groepen Tussen landen. Tussen volkeren.

Daar tegenover staat  dat de waarden alle regels bevatten en daarmee alle normen. Je kunt best tegen bepaalde regels zijn, maar zonder kan je ook niet.

Jouw belangrijkste waarden kunnen een weg voor jou zijn. Niet om jezelf te overtreffen of te overstijgen. Het is een weg om meer bij jezelf te komen, jezelf te zijn. Gewoon jij. Gewoon jij, zoals je eigenlijk bent.

Bij goed gebruikt zijn onze waarden ons houvast. Misschien is het ons doel om te worden zoals onze belangrijkste waarde ons aangeeft. Misschien zit daar een deel van de weg in die wij mensen zoeken.

 

 

Verschillende kernbehoeften

De leidinggevende stapt erop af, is nieuwsgierig, staat open voor veranderingen, vernieuwing en gaat de discussie niet uit de weg. Allemaal omschrijvingen van iemand die meer risiconemend is.

Tegenover hem zit de medewerkster. Zij heeft een andere invalshoek, risicomijdend. De medewerkster stapte er niet zomaar op af. Die denkt eerst even aan het risico wat ze daarmee loopt. Wat de consequenties kunnen zijn. Zij heeft behoefte aan zekerheid en is gericht op voorkomen. Een vaste baan en voorspelbaarheid van wat er gaat gebeuren.

Daar zitten dan twee mensen tegenover elkaar. Ieder met een eigen behoefte die haaks staat op die van de ander. Een situatie die speelt in elke werksituatie.

Wie heeft er gelijk?

Een deel van de mensen, ook in organisaties, is meer risiconemend, een ander deel is meer vermijdend en nog een deel is beide in gelijke mate. Waar het dikwijls spaak loopt is bij mensen met tegengestelde behoeften. Die begrijpen niet dat een ander zo anders kan reageren.

Vanuit de leidinggevende is het wel dezelfde medewerkster die in vergaderingen terughoudend (risicomijdend) reageert op zijn ideeën en initiatieven. Ja maar, hoort hij.

Een uitspraak die je eerder van meer vermijdende mensen eerder kunt verwachten, dan van mensen die meer benaderend zijn.

Vanuit zijn behoefte ziet en hoort hij reacties bij haar, die hij niet heeft en niet van zichzelf kent. Hij zou niet zo snel op die manier reageren. Niet erg proactief van die medewerkster, kan dan al snel de beoordeling zijn.

De vraag: functioneringsgesprekken, hoe objectief zijn ze, krijgt door deze invalshoek een andere lading. Dan gaat het niet over de leidinggevende en de medewerkster als functionarissen, maar dan gaat het over de mensen achter de functie.  Mensen met behoeften die haaks kunnen staan op die van een ander.

Wat kun je hiermee?

De tegengestelde behoeften hebben een functie. Dat is elkaar aan kunnen vullen. Het risicomijdende van de medewerkster en het risiconemende van de leidinggevende kunnen, als zij dit bij zichzelf herkennen, versterkend gaan werken.  Iemand die mee risiconemend is, kan zich afvragen: welke risico’s loop ik met mijn initiatief? Vraag het aan iemand die meer risicomijdend is, of beter nog, luister naar: ‘ja maar’.

Iemand die meer vermijdend is kan zich afvragen: wat maakt dat initiatief mogelijk. Vraag het aan iemand die meer benaderend is, luister naar de mogelijkheden.

Kernbehoeften en communicatie

Er zit ruis in de omgang van mensen. Ruis in de vorm van ergernissen, terughoudendheid, verontwaardiging, irritatie, onbegrip, afstand. Een deel van die ruis wordt veroorzaakt door de verschillende kernbehoeften en daarmee de verschillende invalshoeken die mensen hebben. Dat is de stelling. De herkenning van de ruis is de onderbouwing.

Drie groepen mensen. Iemand is meer het een, het ander, of beide in gelijke mate. Een beeld kan dit meer inzichtelijk maken. Elke persoon staat voor een deel van alle mensen.

Drie groepen. Drie invalshoeken. Dan kun je aan al die discussies uit het verleden denken. Het gelijk wat iemand claimt. ‘Daar gaat het toch om’, is dan dikwijls de onderbouwing.

De vader of moeder met hun kinderen. Ook zij proberen het beste te geven. Vanuit hun eigen kernbehoeften. Bij de een is dat orde en regels. Bij de ander is het de eigen keuze en als je maar gelukkig bent.

Maar ook het kind heeft eigen kernbehoeften. Behoefte aan duidelijkheid of aan die eigen keuze. Wie kijkt er naar het kind?

Ouders die het beste proberen te geven. Maar waar heeft het kind behoefte aan?

Discussies tussen mensen. In relaties en in vriendschappen. Kernbehoeften die botsen. Niet worden begrepen en daarom beoordeeld en veroordeeld. ‘Er is ook altijd wat’, over iemand die de behoefte heeft om alles te laten kloppen. Als reactie daarop de opmerking ‘die is zo gemakkelijk en stapt overal maar overheen’. Het misverstand. Eén van de vele. Terwijl de persoonlijke kernbehoeften kwaliteiten van mensen zijn.

Misschien in de evolutie wel bedoeld om elkaar aan te vullen. Een manier om te overleven. In dit tijdsgewricht lijkt het een utopie. De vraag: ‘waar heb jij behoefte aan’. Ook deze vraag aan kinderen, om te kijken wat bij hen past, zodat zij niet zoals zo velen in een functie belanden die haaks op hun behoeften staat. Om kinderen te stimuleren en te motiveren. Hun de tegenstellingen leren en hoe daarmee om te gaan. Samen leren werken door elkaar aan te vullen. Aan ouders, maar dan als individuen. Het overzicht en de verschillen in de kernbehoeften ontdekken en dan steeds maar tot één conclusie komen. Ik ben ik, omdat de ander anders is.

De herwaardering

Kijk je vanuit ik naar anderen, dus met het besef dat de ander heel andere invalshoeken kan hebben, dan ontstaat een nieuwe mogelijkheid en daarmee een nieuwe keuze. Bijvoorbeeld de keuze om niet enkel uit te gaan van je eigen behoefte, maar ook de behoefte van de ander te ontdekken door met deze kennis te kijken en te luisteren. Een totaal andere kijk op mensen kan het gevolg zijn en dat is goed voor ‘ik’ en goed voor de ander. Je bereikt elkaar via de herkende kernbehoefte.

productgericht versus mensgericht

Twee tegenstelde behoeften met ieder een eigen communicatiepatroon. Je hebt ze allebei in je, maar  meestal is een van de twee overheersend.

Er zijn mensen bij wie beide behoeften meer in evenwicht zijn. Het betekent dat miscommunicatie dan minder vaak op zal treden. Afhankelijk van de persoon met wie je communiceert, switch je gewoon van de ene naar de andere behoefte. Geen vuiltje aan de lucht. Dat kun je leren.

Product- en mensgericht in de werksituatie

Iemand die meer productgericht is, is in de communicatie op zoek naar een gezamenlijke interesse. Die heeft het liever over iets.

Iemand die meer mensgericht is in de communicatie op zoek naar informatie hoe de ander is en zoekt daarbij naar overeenkomsten.

‘Hoe is het met jou?’ ‘Ja goed hoor’. Want moet je nog meer vertellen als je productgericht bent. ‘Ik bedoel hoe het nu echt met je is’. ‘Je was gisteren toch niet lekker?’ ‘Ik vind dat je er nog steeds een beetje belabberd uit ziet’. ‘Als je hulp nodig hebt, dan ben ik er voor je hoor’.

Hier is duidelijk een mensgerichte aan het woord. Als meer productgerichte wil je het liever over iets anders hebben dan de hele tijd over jou.

Zoals:

‘hoe was het gisteren bij de garage? Wat was er nou aan de hand?’ Met zo’n vraag kan de meer productgerichte wel uit de voeten. Er komt een opsomming van wat er allemaal mankeerde aan de auto en wat er moest gebeuren om de APK in orde te krijgen. Lekker concreet. Is de vraagsteller ook productgericht, dan kan het gesprek langere tijd heel geanimeerd verlopen.  Met de auto als onderwerp. Twee mensen die een interesse delen.

In een gesprek tussen een productgerichte leidinggevende en een mensgerichte medewerker zal de leidinggevende het eerder over iets hebben dan over iemand. ‘Vlot het een beetje met dat rapport?’ ‘Tegenover: heb je er veel werk aan gehad?’

Product- en mensgericht in de privésfeer

‘Kijk’ zegt de ene vriendin tegen de ander. ‘Dat is een leuk jurkje’. ‘Past goed bij jou’.  Vind jij dat ook? Een paar leuke schoenen erbij en jouw avond kan niet meer stuk. Je moet me vanavond tussendoor wel bellen hoor. Heb je er wel zin in? Of zie je er tegenop. Ik gun het jou zo, dat het een leuke avond wordt’.

In het hele gesprek is duidelijk het communicatiepatroon van de mensgerichte vriendin te horen. Een gesprek van persoon tot persoon. Een meer productgerichte vriendin zal meer over het product, jurk, schoenen, hebben.

Iemand die meer productgericht is communiceert liever via iets en zoekt naar gezamenlijke interesse. Een meer mensgerichte man of vrouw communiceert liever van persoon tot persoon en zoekt naar gezamelijke persoonlijke eigenschappen.

Solist versus teamspeler

In de werksfeer is het verschil tussen een solist en een teamspeler duidelijk zicht- en hoorbaar. Zichtbaar, omdat een solist vaak meer op zichzelf is en de teamspeler veelal meer een groepsmens is. Hoorbaar, omdat een solist veel meer  in de ‘ik’ vorm spreekt tegenover de ‘wij’ vorm van de teamspeler.

Binnen een team kan dat voor de nodige wrevel zorgen. Samen de schouders er onder zetten om het project tot een goed einde brengen, is iets wat een solist maar ten dele aanspreekt. Die kan echt wel in een team functioneren, maar dan beter met een goede taakverdeling en ruimte om alleen te werken, dan het veelvuldige overleg waar de teamspeler zich goed bij voelt.

Solist: Als jij nu dit stuk van de werkzaamheden voor je rekening neemt, doe ik de rest.

Teamspeler: Zullen we die rapportage samen doen?

Hoe is het thuis, bij de solist en de teamspeler

In de relationele sfeer vind je deze behoeften, met de daarbij behorende communicatiepatronen, ook. De partner die zich ‘s avonds liever op tijd terugtrekt om een boek te lezen, of achter de computer te gaan zitten Of misschien een stuk te gaan fietsen. Deze persoon is echt wel in staat om te voldoen aan de behoefte van de ander om gezamenlijke interesses te bespreken, maar hoe korter en bondiger, hoe beter.

Wanneer de ander een teamspeler is, dan kan bij deze persoon een gemis aan contact ontstaan, die de relatie niet altijd ten goede zal komen. Waarom niet gezellig samen naar de tv kijken. Waarom niet samen gezellig met de kinderen een spelletje doen. Waarom niet gezellig samen op visite gaan. Waarom niet gezellig samen een sport beoefenen.

Allemaal situaties die met de kennis van de behoeften en de daarbij behorende communicatiepatronen, positief geconcretiseerd kunnen worden zonder af te doen aan de eigen waarde of aan die van de ander. Het is een kwestie van geven en nemen.  Het boek lezen in de woonkamer, is samen maar toch ook een beetje alleen. Een spelletje doen, maar niet te lang. Voor op visite gaan, het zelfde laken een pak. Samen sporten, maar dan het liefst een individuele sport.

Teambuilding door teamindividualisering

Terugkomend op de werksituatie, wordt duidelijk dat teamindividualisering de samenwerking juist kan bevorderen in plaats van afbrokkelen. Samen één, met voldoende ruimte voor ‘ik’.

Risiconemend versus risicomijdend

Twee behoeften die tegengesteld zijn aan elkaar. Twee behoeften die elkaar kunnen bijten wanneer ze onbekend zijn. Aanvullend, wanneer  kennis hierover gebruikt gaat worden om elkaar aan te vullen in plaats van het gaan voor het eigen gelijk.  Bijkomend voordeel van deze kennis is, dat mensen in hun waarde worden gelaten. Er is namelijk geen goed of slecht. Enkel tegengesteld.

‘Mensen’ zegt de risiconemende leidinggevende, ‘ik heb besloten dat we geen vaste werkplekken meer hebben. Je kan nu aan ieder bureau werken’. Een eveneens risiconemend deel van de werknemers vindt dat leuk. Weer eens contact met een ander bijvoorbeeld. Wat een gedoe, vindt het risicomijdende deel van de werknemers. Iedere keer alles verplaatsen en je weet van tevoren niet waar je terecht kan en met wie je te maken krijgt.

Het benaderende gedrag en de reacties die horen bij risiconemend, zie je dus ook in werksituaties. Net zo vaak als het vermijdende gedrag en de reacties, die horen bij risicomijdend. ‘Ja maar…’ tegenover ‘we gaan er gewoon voor’. Twee communicatiepatronen met voor- en nadelen. Bekendheid met de materie kan er voor zorgen dat ‘ja maar…’ niet enkel gezien wordt als een obstakel, maar ook gezien kan worden als een rem om zeker te weten dat het initiatief goed is. Dat misschien hij of zij wel gelijk heeft.

‘We gaan ervoor’ is even slikken voor iemand die risicomijdend is, maar een geruststellend antwoord of een onderbouwde reactie op het ‘ja maar…’ kan deze persoon over de streep trekken. Je eigen behoeften en de daarbij behorende communicatiepatronen kennen is het halve werk. De andere helft kan je vanzelf spelenderwijs leren, omdat jij die tegengestelde behoefte ook in je hebt, alleen wat ondergesneeuwd. Misschien krijg je deze tegengestelde behoeften wat meer in evenwicht. Het grote voordeel daarvan is dat er niet zo snel meer ogen omhoog gaan of dat er onderdrukt gezucht wordt.

Twee tegengestelde behoeften in de privésituatie

Waar gaan we naar toe met vakantie en op welke manier. Ik, zei de een, zou graag naar dezelfde camping gaan als vorig jaar. We weten de weg, we kennen de camping en de kinderen komen misschien dezelfde vriendjes en vriendinnetjes tegen. Ik, zei de ander, ga liever gewoon op weg en we zien wel wat we tegen komen. Gewoon een beetje avontuur.

Twee mensen met een tegengestelde behoefte en ieder met hun eigen gelijk. Er is namelijk voor beide standpunten iets te zeggen. De mogelijkheid bestaat dat de vakantie een meningsverschil wordt en de sterkste wint meestal.

Bekendheid met de eigen behoefte en die van de ander en de daarbij behorende communicatiepatronen  kan ervoor zorgen dat het meningsverschil opgelost kan worden door een compromis. In plaats van tegenover elkaar, elkaar tegemoet komen. Deze keer een vakantie waar iedereen blij mee is.

 

Overzichtzoeker versus verschilzoeker

Iemand heeft als behoefte ‘het overzicht zoeken’. Voor die persoon is de inhoud van het verhaal belangrijker dan dat het  op detailniveau helemaal klopt.  Enthousiast wordt aan het verhaal begonnen. Tegenover deze overzichtzoeker zit echter iemand die meer de behoefte heeft alles te laten kloppen. De verschilzoeker. ‘Dinsdag hadden we dus die vergadering en toen….’ begint de overzichtzoeker. ‘Nee hoor’, zegt de verschilzoeker ‘het was woensdag’. Er wordt even nagedacht en dan volgt het  ‘oké, woensdag dus’. Het verhaal loopt verder vlotjes, totdat de verschilzoeker weer iets hoort wat niet klopt. ‘Nou, volgens mij….’. Een verstoorde blik van de overzichtzoeker is het gevolg.  Bij de derde keer kan een ontploffing volgen. ‘Als je nou niet ophoudt met mij in de rede te vallen, dan stop ik met vertellen’.  ‘Is het nou echt zo belangrijk dat we het eerst hadden over het nieuwe gebouw en daarna over de verschillende teams of wat’. ‘Als je iets vertelt, dan moet je het wel goed doen’ is het antwoord van de verschilzoeker.

De helicopterview van de overzichtzoeker

Iemand die de behoefte heeft om het overzicht te hebben en te behouden heeft dat nodig om de draad van het verhaal vast te houden . De helicopterview is dan de leidraad in de communicatie. Het is belangrijk om van A naar B te komen. Wanneer enkele details niet helemaal kloppen dan is dat bijzaak Dat is iets van latere zorg. Is het verhaal klaar, dan weet iedereen waar het over gaat en wat de bedoeling is.

Het moet wel kloppen is het credo van de verschilzoeker

Een echte verschilzoeker wordt gek van het moeten aanhoren van iets wat niet klopt. Die kan echt niet verder luisteren voordat een tekortkoming in het verhaal recht gezet is. Zonder kennis van de tegengestelde behoeften en de daaraan vastgekoppelde communicatiepatronen kunnen twee mensen lijnrecht tegenover elkaar staan. Dan is het niet slim dat een overzichtzoeker een verschilzoeker een rapport laat lezen met de vraag het van commentaar te voorzien. Rode cirkels, onderstrepingen, verbeteringen en aanvullingen. Dat kan het commentaar zijn van een echte verschilzoeker. Tot op de komma die ontbreekt en een punt aan het eind van een zin.

Kennis over de behoefte van de verschilzoeker en de overzichtzoeker kan een boel leed verhelpen. Het aanvullen kan beginnen. Het zelfde rapport. ‘Let maar niet op de foutjes, maar kijk even of de rode lijn in dit rapport een beetje loopt’. ‘Ja natuurlijk wil ik het bekijken. Als je het goed vindt, zet ik apart op papier wat ik denk wat nog verbeterd kan worden of aangevuld moet worden’. Ook dit is teamindividualisering. Twee teamleden, beiden met een eigen visie en inbreng die elkaar aanvullen.

In de privésfeer zijn ook overeenkomstzoekers en verschilzoekers

Twee mensen kijken naar het nieuws. ‘In de hoofdstad Den Haag…..’. ‘Pff, Amsterdam is de hoofdstad. Beetje dom hoor’. ‘Wat maakt het nou uit, het gaat om wat er in Den Haag gebeurd is’. ‘Nou, ik vind dat het niet moet kunnen zo’n fout’. Herkenbaar?

Sfeergericht versus resultaatgericht

Een team wat voornamelijk bestaat uit sfeergerichte medewerkers heeft een vergadering waarbij aandacht voor elkaar en een goede sfeer centraal zullen staan. Dat is toch een goed gegeven zou je denken. Zeker, maar er kleven ook nadelen aan zoals aan iedere bebehoefte nadelen kunnen zitten wanneer  men hier niet mee bekend is.

Eerst koffie en wat heen en weer gepraat over Jan met zijn zieke vrouw. Maar hoe lang moet zo’n gesprek duren? Voor een resultaatgerichte leidinggevende die ook oprecht meevoelt met Jan, zal de aandacht sneller verslappen. ‘Er moet vergadert worden mensen. Jongens, zullen we even bij de les blijven. Punt 1. van de agenda, wat doen we ermee’.

Hoe zou het in een vergadering gaan wanneer de leidinggevende net zo sfeergericht is als het overgrote deel van het team? Ook deze persoon zal op een gegeven moment met het eerste agendapunt komen. Het is alleen de vraag of de hele agenda afgewerkt zal worden. Het moet wel gezellig blijven.

Sfeergericht versus resultaatgericht in de privésfeer

Een jongetje komt thuis uit school. ‘Heb je het leuk gehad op school vandaag? Het weer was in ieder geval wel lekker om buiten te spelen. Heb je het naar je zin gehad? We gaan eerst gezellig thee drinken voordat je aan je huiswerk gaat. Oké?’

Een voorbeeld van een meer sfeergerichte moeder.

Een jongetje komt thuis uit school. ‘Hoe ging het vandaag op school? Wat denk je, is die rekentoets goed gegaan? Heb je nog cijfers gehad? Wanneer krijg je weer een toets? Als je je thee op hebt, ga je eerst aan je huiswerk. Dan heb je dat maar gehad. Oké?’

Een voorbeeld van een meer resultaatgerichte moeder.